Geachte voorzitter en leden van de commissie,
Hartelijk dank voor de gelegenheid om nà de hoorzitting van 6 oktober jl. nogmaals schriftelijk in te spreken over het bestemmingsplan Ammonslaantje naast nummer 39.
Wij zullen de eerder aangevoerde argumenten niet herhalen, maar het voorliggende besluit geeft ons aanleiding om u nogmaals te verzoeken dit voorstel niet goed te keuren en het college opdracht te geven om een deel van het huiswerk over te doen.
Het huiswerk is namelijk onvoldoende.

De wethouder heeft bij herhaling aan gegeven dat het hier gaat om nieuw beleid, dat de raad het volste recht heeft om af te wijken van eerder vastgesteld beleid en dat de Raad van State – toen de gemeente géén goedkeuring wilde geven aan bouwplannen langs het Ammonslaantje – niet inhoudelijk getoetst heeft. De gemeente had toen – volgens de Raad van State haar huiswerk goed gedaan.
De vereniging Vrienden van Wassenaar verzet zich op geen enkele manier tegen het recht van uw Raad om nieuw beleid vast te stellen en af te wijken van eerder gemaakte keuzes.
De vereniging maakt bezwaar tegen de aanpak van deze beleidswijziging. Deze was niet goed.
Waarom niet?
1. Bij de bespreking van het initiatief ontwerp op 4 november 2019 bleek dat er grote onduidelijkheid was over de grondslag voor de gewijzigde opstelling. De wethouder meldde dat eerder aangevoerde milieutechnische argumenten niet meer geldig waren, raadsleden gaven aan dat volgens het bestemmingsplan ruimtelijke en cultuurhistorische overwegingen de doorslag hadden gegeven.
Daarop gaf de wethouder aan dat de wil om ruimte te geven aan particulier initiatief en de bevoegdheid om dit toe te staan de doorslag hadden geven.
Ondanks de onvolledige en deels tegenstrijdige informatie gaf de Raad haar fiat om voort te gaan met de voorbereiding van het bestemmingsplan.
De wethouder meldde dat er enerzijds nog niets beslist was over de bestemming, maar dat hij anderzijds de initiatiefnemer wilde behoeden voor onnodig werk. Daarmee gaf hij – ten onrechte - aan dat de Raad geacht werd in beginsel in te stemmen met de bestemmingsplan wijziging, onvoorziene uitkomsten daar gelaten.
2. Bij de stukken die in juni 2020 ter inzage lagen zat een informatiebrief en een verslag van de participatie. Het verslag van de participatie bevat geen duidelijke conclusies, maar in de informatiebrief (058 juni 2020) meldt het college aan de Raad: In de procedure krijgt eenieder de mogelijkheid om op het plan te reageren. Gelet op de reeds door aanvrager verzorgde participatie van direct omwonenden en de geringe impact van het initiatief, is de kans op eventuele zienswijzen niet groot. Uit het aantal ingezonden zienswijzen en het aantal insprekers bij de hoorzitting blijkt dat deze conclusie onjuist was.
Het experiment om de participatie geheel over te laten aan de initiatiefnemer is dus mislukt. Bijna alle betrokkenen en belanghebbenden voelden zich genoodzaakt zienwijzen in te dienen en in te spreken. Het argument dat daarmee iedereen toch de gelegenheid heeft gekregen om van zich te laten horen doet niets af aan het feit dat de aanpak van de participatie mislukt is. Alsnog inspreken is een recht dat de participatie niet vervangt. Doordat het college niet duidelijk heeft gemaakt welke conclusies zij verbond aan de mislukte participatie zijn betrokkenen op het verkeerde been gezet.
3. In het raadsvoorstel staan nieuwe argumenten om de bebouwing op het perceel mogelijk te maken. Het belangrijkste argument – bij herhaling genoemd – is: Het bouwvlak … zorgt voor een stedenbouwkundig-planologisch goede verdichting van de lintbebouwing. Dit argument wordt op geen enkele manier onderbouwd. Daarbij staat het haaks op het eerder door de gemeente ingenomen standpunt (in het vigerend bestemmingsplan) dat het voorstel “niet past binnen de beschreven hoofdlijnen van beleid”. Nu dreigt op basis van een postzegelbestemmingsplan nieuw beleid te worden vastgesteld dat haaks staat op het oude beleid, zonder deugdelijke onderbouwing. De consequentie dat dit nieuwe beleid mogelijk ook gevolgen heeft voor andere potentiële bouwlocaties in het buitengebied (denk o.a. aan Oostdorperweg en Ammonslaantje) wordt niet onder ogen gezien. Een vraag uit de raadscommissie Fysieke Leefomgeving wordt door de wethouder weggewuifd. De gemeente heeft niet duidelijk gemaakt wat haar standpunt is ten aanzien deze relevante vraag. Zij laat het klaarblijkelijk over aan de volgende raad om daarmee om te gaan.
4. Ook het risico van planschade wordt door de gemeente ter zijde geschoven door de initiatiefnemer daar contractueel voor verantwoordelijk te maken. Juridisch gezien is dit misschien geoorloofd, maar onduidelijk is of -wanneer daadwerkelijk planschade wordt geclaimd – dit afschuiven, met het oog op redelijkheid en billijkheid stand houdt. De gemeente is immers zelf degene die bouwen op deze locatie mogelijk wil maken.
De vereniging Vrienden van Wassenaar concludeert dat de beleidswijziging (van “absoluut geen nieuwbouw langs het Ammonslaantje” naar “particulier initiatief zoveel mogelijk de kans geven”) niet door middel van een postzegelbestemmingsplan mag worden doorgevoerd. Daarvoor zijn de consequenties te groot. De gemeente heeft gemeend de mogelijke consequenties (planschade, precedentwerking en langdurige juridische procedures) te moeten neerleggen bij de initiatiefnemer (planschade) dan wel voor zich uit te schuiven (precedentwerking). Het optreden van al deze mogelijke problemen lijkt gezien de gekozen aanpak reëel.
Door de gebrekkige informatie over de motieven voor de beleidswijziging en de consequenties daarvan alsmede de gebrekkige informatie over het mislukken van de inspraak heeft de Raad haar kaderstellende verantwoordelijkheid niet goed kunnen uitvoeren.
De vereniging Vrienden van Wassenaar verzoekt de Raad het voorstel wijziging bestemmingsplan Ammonslaantje naast nr 39 niet goed te keuren en het college op te dragen te zorgen voor betere onderbouwing en uitwerking van de beleidswijziging.
Namens het Dagelijks Bestuur van de Vereniging van Vrienden van Wassenaar,
Jacob Jan Bakker
voorzitter