Je wordt ouder en er komt een moment waarop je moet beslissen of je in je eigen woning, in je eigen straat, in je eigen wijk, wilt blijven wonen. Tenminste zolang dat lichamelijk of geestelijk nog kan. Die keuze wordt sterk bepaald door hoe plezierig je het er hebt. Heb je goed contact met je buren, doe je nog mee aan een “running dinner” of aan de straatbarbecue.

Afgelopen woensdag vertelde een oud huisarts uit Leiden hoe hij en zijn partner voor die keus stonden en zich afvroegen, hoe zij konden blijven wonen in de wijk waar ze gelukkig waren. Voorop staan twee begrippen, zorg en welzijn. Zorg als we ziek of gebrekkig worden, welzijn hoe wij het leven ervaren. Mensen zijn sociale wezens, dat is evolutionair bepaald. Afzondering en eenzaamheid versnellen aftakeling.

De boodschap van afgelopen woensdag was dan ook, schep mogelijkheden waardoor mensen elkaar ontmoeten, voorkom isolement. Dat verhoogt het welzijn en vermindert afhankelijkheid van zorg. En daarmee komen de wijkverenigingen in beeld. De Vrienden zetten zich in voor de leefbaarheid van ons dorp, de wijkverenigingen zijn de plekken waar dat vorm krijgt. Onze maatschappij is aan het verharden, wordt egocentrischer.

Waarom moet ik mij druk maken over mijn buurman, daar is de Gemeente toch voor? Gemeenschapsgevoel vertrekt te paard en komt op kousenvoeten terug. Wat cynisch wordt altijd gezegd dat de wijkverenigingen zich alleen maar druk maken over losliggende stoeptegels en het verkeer. Wil Wassenaar leefbaar blijven, moet die rol veranderen. Zij weten wat er in hun wijk gebeurt, wie eenzaam is, wie zich afsluit. De discussie over verandering in hun rol moet opgangkomen.

Onze wijkmanager Danja Vocke heeft enige tijd geleden bij de Vrienden verteld, hoe zij die andere rol ziet en gaat invullen. Dat krijg je niet van de ene dag op de andere voor elkaar, maar laten we er aan werken, al zal het even wennen worden.